De meeste moderne auto’s hebben koplampen die de weg verder verlichten dan de wettelijk vereiste 30 meter voor dimlicht. Toch blijft het wettelijk verplicht dat dimlichten minimaal 30 meter zicht geven.
Daarom is het belangrijk om je snelheid te verlagen tot ongeveer 40 km/u op een onverlichte weg wanneer je overschakelt van grootlicht naar dimlicht.
Je moet namelijk altijd binnen je zichtafstand kunnen stoppen. Dat betekent dat je nooit sneller mag rijden dan de afstand waarover je de weg kunt overzien en veilig tot stilstand kunt komen.
Bij 40 km/u bedraagt de remafstand ongeveer 16 meter.
De formule hiervoor is:
40 × 0,4 = 16 meter
Daarnaast heb je ook een reactieafstand. Bij 40 km/u is die ongeveer 11 meter.
De formule hiervoor is:
40 ÷ 3,6 ≈ 11 meter
De totale stopafstand bestaat uit de reactieafstand plus de remafstand:
11 meter + 16 meter = ongeveer 27 meter
Als je rijdt met dimlichten die de weg minimaal 30 meter verlichten, dus precies volgens de wettelijke minimumeis, dan is het onverstandig om harder dan 40 km/u te rijden op een onverlichte weg. Je moet immers binnen de verlichte afstand kunnen stoppen voor een obstakel dat plotseling opduikt.
Omdat de totale stopafstand bij 40 km/u ongeveer 27 meter bedraagt, blijf je binnen de zichtafstand van 30 meter die het dimlicht biedt.
Je snelheid moet altijd aangepast zijn aan je zicht, de wegomstandigheden en mogelijke obstakels. Daarom is het in deze situatie verstandig om af te remmen tot ongeveer 40 km/u.
Nederlands
English
Srpski
Español