Blog

De vuistregel

Gepubliceerd op

Als bestuurder of passagier controleer je snel en eenvoudig of de afstand tot het voorliggende voertuig groot genoeg is. Deze vuistregel dankt zijn naam aan het feit dat je letterlijk je duim gebruikt om de afstand te controleren. De methode wordt vooral gebruikt op snelwegen.

De vuistregel is handig omdat hij snel een goede indicatie geeft, ook al is hij niet volledig nauwkeurig. De 2-secondenregel blijft de meest betrouwbare manier om voldoende afstand te houden, maar de vuistregel is tijdens het rijden vaak eenvoudiger en sneller toe te passen.

Je voert de methode uit door achter het stuur te zitten en je arm recht vooruit te strekken. Met je opgeheven duim moet je de auto voor je net kunnen bedekken. Lukt dat, dan is de afstand doorgaans voldoende.

Te weinig afstand tot het voorliggende voertuig is op snelwegen een veelvoorkomende oorzaak van ongevallen, vooral kop-staartbotsingen. Deze vuistregel helpt bestuurders om gemakkelijker voldoende afstand te bewaren.

De 2-secondenregel (voor alle wegen en snelheden)

Je moet altijd minimaal twee seconden afstand houden, ongeacht je snelheid. Daardoor heb je voldoende tijd om te reageren als de bestuurder voor je plotseling remt.

De controle is eenvoudig: kies een vast punt langs de weg, zoals een verkeersbord of lantaarnpaal. Zodra het voertuig voor je dit punt passeert, begin je te tellen. Pas twee seconden later mag jij hetzelfde punt bereiken.

Bij slecht weer, zoals regen, sneeuw of mist, is het verstandig om extra afstand te houden om gevaarlijke situaties te voorkomen.

We gebruiken cookies om content te personaliseren en om ons websiteverkeer te analyseren. Bevestig alstublieft, als u onze tracking cookies accepteert.